JOUW WEER, DICHTBIJ

Zoek tussen Belgische plaatsen.

Alle steden bekijken

24 Ekim 2026 · Klimaat & seizoenen

Klimaatverandering in België: wat de cijfers van het KMI wel en niet zeggen

Klimaatverandering is een onderwerp waarbij cijfers en meningen vaak door elkaar lopen. Dat is jammer, want juist voor België zijn de cijfers goed gedocumenteerd. Het KMI meet in Ukkel onafgebroken sinds de negentiende eeuw en publiceert elk jaar een klimatologisch overzicht met de vergelijking tegen de geldende normaalperiode.

Wat daaruit blijkt, is genuanceerder dan de krantenkoppen. De temperatuur stijgt, de extremen nemen toe, maar niet elk jaar is warmer dan het vorige en niet elke zomer is droog. Wie het debat wil voeren met feiten in plaats van gevoel, moet naar de reeksen kijken — en naar de definitie van elke term.

In dit artikel bekijken we wat de Belgische cijfers zeggen over temperatuur, neerslag en noodweer, waar de onzekerheid zit en wat dat concreet betekent voor een huis, een tuin en een verzekering.

De normaalperiodes: een verschuiving van 0,4 graad

Het KMI werkt met periodes van dertig jaar. Sinds 2021 is de referentieperiode 1991-2020, die de vorige periode 1981-2010 vervangt. De vergelijking tussen beide is een van de duidelijkste indicatoren van de opwarming in België.

De temperatuur stijgt dus, maar de neerslag daalt licht en de zonneschijn neemt toe. Dat lijkt tegenstrijdig met het beeld van “natter weer”, en dat is precies het punt: klimaatverandering verandert niet alleen de totalen, maar vooral de verdeling. Minder dagen met neerslag, maar meer neerslag per dag.

De records die het verhaal scherp maken

Enkele cijfers uit de KMI-reeksen:

Wat opvalt, is de combinatie: het natste jaar ooit (2024) en de hoogste temperatuur ooit (2019) liggen minder dan tien jaar uit elkaar. Een klimaat dat zowel natter als heter wordt, is geen paradox — warmere lucht kan meer vocht bevatten, en dus zowel meer droogte als meer extreme neerslag produceren.

Warmer, maar niet elk jaar

2024 was een zeer warm jaar, maar het KMI registreerde dat jaar geen officiële hittegolf. Dat zegt iets belangrijks: een warm jaar bestaat uit veel matig warme dagen, niet per se uit een lange periode van extreme hitte. De hittegolfdefinitie in Ukkel — vijf dagen van minstens 25 °C waarvan drie van minstens 30 °C — wordt niet elk jaar gehaald.

Voor de ervaring van alledag maakt dat weinig uit: een zomer met veel dagen van 28 °C voelt warm, ook zonder officiële hittegolf. Voor de statistiek maakt het veel uit, en dat is precies waar discussies ontstaan.

Overstroomde velden met silo's op de achtergrond
Overstroomde velden met silo's op de achtergrond

Neerslag: minder dagen, meer liters

De neerslagcijfers laten een patroon zien dat in grote delen van Europa terugkomt: het aantal dagen met neerslag daalt licht, maar de intensiteit per gebeurtenis stijgt.

Dat is problematisch om een eenvoudige reden: onze infrastructuur is ontworpen op gemiddelden, niet op uitschieters. Een riool dat berekend is op 20 millimeter per uur verwerkt geen 50 millimeter per uur, ook al valt er op jaarbasis niet meer regen. Een beek die normaal 30 centimeter diep is, kan bij een extreme bui in een uur tijd buiten haar oevers treden.

De zomer van 2021 in Wallonië en de overstromingen in delen van Vlaanderen hebben dat op een tragische manier duidelijk gemaakt. Sindsdien is er meer aandacht voor waterbuffering, ontharding en overstromingskaarten — onderwerpen die we behandelen in ons artikel over wateroverlast en overstromingen.

Noodweer: wat weten we echt?

Bij noodweer is de wetenschap voorzichtiger, en dat is terecht.

Onweersdagen. Het KMI telt landelijk gemiddeld 93,3 dagen per jaar waarop ergens in België donder wordt gehoord. Dat cijfer schommelt sterk: 101 dagen in 2024, 72 dagen in 2025 — het derde laagste aantal van de referentieperiode, met 2013 als absolute minimum van 69 dagen.

Tornado’s. Het KMI noemt een gemiddelde van drie tot vijf windhozen per jaar. Of dat aantal verandert, is statistisch moeilijk vast te stellen: bij zo’n kleine aantallen is de jaar-op-jaar variatie te groot.

Hagel en windstoten. Er bestaat geen betrouwbare Belgische reeks van hagelgrootte of windstoten per jaar op nationaal niveau.

De eerlijke conclusie is dat de temperatuur- en neerslagreeksen veel robuuster zijn dan de reeksen van lokaal noodweer. Wie beweert dat “het onweer de laatste jaren veel feller is geworden”, zegt iets wat wetenschappelijk niet eenvoudig te bewijzen is. Wie zegt dat de omstandigheden waarin zware buien ontstaan, in een warmer klimaat vaker kunnen voorkomen, staat op steviger grond.

Kale bomen in een overstroomd winterlandschap
Kale bomen in een overstroomd winterlandschap

Zeespiegel en kust

België heeft ongeveer 67 kilometer kustlijn, en een groot deel daarvan ligt laag. De zeespiegel stijgt wereldwijd: het IPCC rapporteert een stijging van ongeveer twintig centimeter tussen 1901 en 2018, met een versnelling in de laatste decennia.

Voor België is niet alleen de gemiddelde zeespiegel relevant, maar vooral de combinatie met stormvloeden. Een noordwesterstorm die water de Schelde opstuwt, kan bij een verhoogde basiswaterstand sneller de waarschuwingsdrempels bereiken. Het KMI publiceert daarvoor specifieke stormtijwaarschuwingen, met drempels in meter TAW voor Oostende en Antwerpen.

De Vlaamse overheid investeert in kustverdediging en in het Sigmaplan voor het Scheldebekken. Dat is een langetermijnverhaal, maar het verklaart waarom er bij stormvloed soms wordt geëvacueerd lang voordat er iets te zien is.

Wat betekent dit voor je huis en tuin?

Klimaatverandering is geen abstractie; ze verandert de eisen die je aan een woning stelt.

Regenboog boven een open landschap na een bui
Regenboog boven een open landschap na een bui

Wat je zelf kunt doen

Er zijn twee sporen: aanpassen aan wat komt en bijdragen aan wat je kunt vermijden.

Aanpassen is concreet: ontharden, water bufferen, je kelder waterdicht maken, een noodpakket hebben, de waarschuwingen van het KMI en BE-Alert volgen.

Bijdragen is even concreet, al is het effect individueel klein: minder energie verbruiken, minder verharding, meer groen, en stemmen voor beleid dat infrastructuur aanpast aan het nieuwe klimaat. Wie het debat wil voeren, doet dat het best met de cijfers van het KMI in de hand — niet met één warme zomer of één koude week.

Veelgestelde vragen

Is België echt aan het opwarmen?

Ja. De jaargemiddelde temperatuur in de referentieperiode 1991-2020 is 11,0 °C, tegen 10,6 °C in 1981-2010. Ook het aantal tropische dagen neemt toe.

Wordt het ook natter?

De totale jaarhoeveelheid neerslag daalt licht, maar de intensiteit per bui stijgt. Minder dagen met regen, meer regen per dag. Dat verklaart zowel wateroverlast als droogte.

Kunnen we noodweer voorspellen?

Het risico op noodweer wel, de exacte plaats en het tijdstip niet. Modellen geven een gebied en een kans, geen punt en een uur.

Wat kan ik zelf doen tegen wateroverlast?

Ontharden, een regenput plaatsen, dakgoten onderhouden, terugslagkleppen installeren en je kelder leeg houden. Meer daarover in ons artikel over wateroverlast.

Rivier stroomt door een groen landschap
Rivier stroomt door een groen landschap

Samengevat

De Belgische klimaatcijfers zijn duidelijk: de temperatuur stijgt, de neerslag wordt extremer en de records verschuiven. Tegelijk is niet elk jaar warmer en niet elke zomer droog, en over lokaal noodweer bestaat meer onzekerheid dan over temperatuur. Wie beide kanten kent, voert een beter gesprek dan wie alleen naar één cijfer kijkt.

Bekijk de klimaatnormalen en jaaroverzichten op meteo.be, of lees onze artikelen over regen in België en hittegolf en tropische dagen.

Bronnen

Video: donkere wolken trekken samen boven een stad (Pexels, gratis te gebruiken)

Lees ook: Hittegolf en tropische dagen en Wateroverlast en overstromingen.