24 Ekim 2026 · Weerweetjes
Windkracht en de schaal van Beaufort: van briesje tot orkaan

“Windkracht 6” klinkt als een briesje. In werkelijkheid gaat het om 39 tot 49 kilometer per uur: genoeg om paraplu’s te breken, vuilnisbakken te verplaatsen en fietsers van hun traject te duwen. De schaal van Beaufort is dan ook misleidend eenvoudig: de getallen lijken klein, maar ze beschrijven een groot bereik aan energie.
De schaal is bijna twee eeuwen oud en toch nog altijd in gebruik, van scheepvaartberichten tot weerapps. In België gebruikt het KMI haar voor waarschuwingen, samen met de term “rukwind” voor de kortstondige uitschieters die vaak de schade veroorzaken.
In dit artikel bekijken we wat de schaal precies meet, wat elk cijfer betekent, waarom rukwinden gevaarlijker zijn dan het gemiddelde en wanneer je moet opletten.
Wat de schaal van Beaufort meet
De schaal werd in 1805 ontwikkeld door de Ierse admiraal Francis Beaufort, die een manier zocht om de wind te beschrijven zonder instrumenten. In plaats van een snelheid in meters per seconde koos hij voor een reeks van 0 tot 12, gebaseerd op wat je aan de zee en aan de zeilen kon zien.
Pas veel later werd de schaal gekoppeld aan meetbare snelheden. Vandaag de dag wordt ze gebruikt naast de SI-eenheid meter per seconde, maar in de scheepvaart en in weerberichten blijft Beaufort de standaard.
Het bijzondere is dat de schaal geen lineaire schaal is. Elke stap omhoog betekent ongeveer 40 procent meer winddruk. Windkracht 8 is dus niet twee keer zo sterk als windkracht 4, maar ongeveer vier keer zo krachtig in termen van druk op een oppervlak.
De schaal, van 0 tot 12
De waarden hieronder zijn de klassieke grenzen, omgerekend naar kilometer per uur:
- 0 — stil: minder dan 1 km/h. Rook stijgt recht op.
- 1 — zwakke wind: 1 tot 5 km/h. Rook drijft mee, windvanen bewegen niet.
- 2 — zwakke wind: 6 tot 11 km/h. Je voelt de wind in je gezicht, bladeren ritselen.
- 3 — matige wind: 12 tot 19 km/h. Bladeren en kleine takken bewegen, vlaggen wapperen.
- 4 — matige wind: 20 tot 28 km/h. Stof en papier dwarrelen op, kleine takken breken.
- 5 — vrij krachtige wind: 29 tot 38 km/h. Kleine bomen zwaaien, golven met schuimkoppen.
- 6 — krachtige wind: 39 tot 49 km/h. Grote takken bewegen, paraplu’s zijn onbruikbaar.
- 7 — harde wind: 50 tot 61 km/h. Hele bomen bewegen, vooruitgaan is lastig.
- 8 — stormachtige wind: 62 tot 74 km/h. Takken breken af, schade aan dakbedekking.
- 9 — storm: 75 tot 88 km/h. Schade aan gebouwen, bomen waaien om.
- 10 — zware storm: 89 tot 102 km/h. Bomen ontworteld, veel schade aan constructies.
- 11 — zeer zware storm: 103 tot 117 km/h. Uitgebreide schade, gevaar voor levens.
- 12 — orkaan: meer dan 117 km/h. Verwoestende schade.
In België haalt de wind op een gemiddelde dag ongeveer 3,5 meter per seconde, wat neerkomt op windkracht 3. Echte stormen zijn zeldzaam: enkele keren per jaar waait het boven 75 kilometer per uur, en windkracht 11 of 12 blijft uitzonderlijk.

Gemiddelde wind en rukwinden
Dit is het belangrijkste onderscheid dat in weerberichten vaak ontbreekt.
De gemiddelde wind wordt gemeten over tien minuten, op tien meter hoogte, in open terrein. Als een weerbericht “windkracht 6” meldt, gaat het om dat gemiddelde.
Een rukwind of windstoot is een kortstondige uitschieter van enkele seconden. Die kan 1,5 tot 2 keer zo hoog zijn als het gemiddelde. Bij een gemiddelde van 60 kilometer per uur zijn uitschieters van 100 kilometer per uur perfect mogelijk.
De schade wordt bijna altijd door de uitschieters veroorzaakt, niet door het gemiddelde. Een dakpan licht op bij een stoot van 110 kilometer per uur, ook als de gemiddelde wind maar 70 haalt. Daarom vermeldt het KMI bij waarschuwingen altijd de verwachte rukwinden.
België kent twee records die dat illustreren: de hoogste windstoot in Ukkel was 155 kilometer per uur op 13 november 1940, en de hoogste in het land 168 kilometer per uur in Bevekom op 25 januari 1990.
Waar komt wind vandaan?
Wind is niets anders dan lucht die van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied stroomt. Drie factoren bepalen hoe dat gebeurt.
Het drukverschil. Hoe groter het verschil tussen hoge en lage druk, hoe harder het waait. Op een weerkaart zie je dat aan de isobaren: dicht bij elkaar betekent veel wind.
De draaiing van de aarde. Het corioliseffect buigt de wind af. Op het noordelijk halfrond draait de wind tegen de klok in rond een depressie.
Wrijving. Vlak bij de grond remt het landschap de wind af. Boven zee waait het daarom harder dan boven land, en op een heuvelrug harder dan in een vallei.
Daarnaast bestaan er lokale winden. De zeebries ontstaat op warme dagen doordat land sneller opwarmt dan water; de lucht boven land stijgt en er stroomt koelere lucht van zee aan. Aan de Belgische kust kan dat in de zomer voor een verrassend frisse namiddag zorgen, terwijl het tien kilometer landinwaarts 30 graden is.

Wanneer waarschuwt het KMI?
Wind is een van de officiële waarschuwingstypes, met deze drempels voor rukwinden:
- Code geel: 80 tot 100 kilometer per uur, of 70 tot 90 kilometer per uur in de periode van 15 april tot 15 november wanneer de bomen in blad staan.
- Code oranje: verspreid 101 tot 130 kilometer per uur, of 91 tot 120 in de bebladerde periode.
- Code rood: verspreid meer dan 130 kilometer per uur, of meer dan 120 in de bebladerde periode.
De lagere drempels in het groeiseizoen hebben een goede reden: een boom vol bladeren vangt veel meer wind en breekt dus sneller. Dezelfde windsnelheid richt in mei meer schade aan dan in januari.

Wat de schade bepaalt
Niet alleen de windsnelheid telt. Drie andere factoren zijn minstens zo belangrijk.
De duur. Een storm van twee uur richt meer schade aan dan een uitschieter van twee minuten, omdat de vermoeiing van materialen toeneemt.
De richting. Wind uit een ongewone hoek treft constructies die daar niet op berekend zijn. In België komt de overheersende wind uit het zuidwesten; een noordwester kan dus meer schade geven aan gebouwen die decennialang alleen zuidwesterwind hebben gekend.
De bodem. Na een natte periode staat de grond zacht en waaien bomen makkelijker om, ook bij matige wind.
Praktisch betekent dat: zet tuinmeubelen, trampolines en parasols vast bij een verwachte windkracht 6 of hoger, en controleer je dakgoten en dakpannen voor de herfst begint.
Windhoos of valwind?
Bij stormschade wordt vaak gesproken over een “windhoos”, maar meestal gaat het om een valwind: een koude luchtmassa die uit een bui naar beneden stort en zich over de grond uitbreidt. De schade is dan in één richting, zonder draaiing.
Een echte windhoos is zeldzaam: het KMI telt gemiddeld drie tot vijf per jaar in België. Meer daarover in ons artikel over supercel en windhoos.
Veelgestelde vragen
Hoeveel km/h is windkracht 6?
Ongeveer 39 tot 49 kilometer per uur gemiddeld, met uitschieters die hoger kunnen liggen. Dat is genoeg om paraplu’s te breken en fietsers uit balans te brengen.
Waarom is wind ‘s nachts vaak zwakker?
Omdat de bodem dan afkoelt en de lucht stabieler wordt. Overdag zorgt opwarming voor menging, waardoor wind van grote hoogte naar beneden wordt gebracht en je aan de grond meer wind voelt.
Is windkracht 12 mogelijk in België?
Orkaanwind boven land is uiterst zeldzaam. Wel zijn er stormen met rukwinden boven 130 kilometer per uur, zoals in 1990 in Bevekom werd gemeten met 168 kilometer per uur.

Samengevat
De schaal van Beaufort loopt van 0 tot 12 en beschrijft de wind in stappen van ongeveer veertig procent meer kracht. Wat je aan de grond voelt, is vaak een rukwind die veel hoger ligt dan het gemiddelde — en dat is precies wat schade veroorzaakt. Let bij een waarschuwing dus niet alleen op het getal, maar ook op de uitschieters, de duur en de staat van de bomen.
Bekijk de verwachte wind voor jouw gemeente op weer vandaag. Meer over onweer en windhozen: Supercel en windhoos in België.
Bronnen
- KMI, uitleg over waarschuwingen en winddrempels — meteo.be
- KMI, records en uitzonderlijke gebeurtenissen — meteo.be
- KMI, klimatologisch overzicht 2024 (gemiddelde windsnelheid) — meteo.be
Lees ook: Weerkaart lezen en Rijden in noodweer.